NOW 3.0 en TVL 2.0

Door de aanhoudende coronacrisis heeft de wetgever besloten het noodpakket voor ondernemers te verlengen. Wederom kunnen werkgevers een compensatie voor loonkosten aanvragen. Eerdere NOW-regelingen zijn met drie maal drie maanden verlengd: de NOW 3.1, 3.2 en 3.3. Veel voorwaarden uit de eerdere NOW-regelingen blijven gelden. Aanvankelijk zouden een aantal voorwaarden wijzigen, zoals de verhoging van de minimale omzetdaling en de verlaging van de subsidie. Op 21 januari 2021 heeft het kabinet bekend gemaakt deze wijzigingen terug te draaien vanwege de aanhoudende coronacrisis en de aangescherpte maatregelen om het coronavirus in te dammen.

Om de crisis te overbruggen is naast de NOW ook de TVL in het leven geroepen ter compensatie van vaste lasten. Ook deze regeling is door de wetgever verlengd. Om aanspraak te maken op deze TVL 2.0 dient een onderneming minstens 30% omzetverlies te hebben en vaste lasten van ten minste € 3.000.

Op 21 januari heeft het kabinet ook aangegeven de regeling omtrent uitstel van betaling belastingschulden te verlengen. Door deze verlenging kan het betalen van belasting worden uitgesteld tot 1 juli 2021.

NOW 3.0

De NOW is door de wetgever in het leven geroepen ter compensatie van loonkosten. De NOW 1.0 had betrekking op de loonkosten van maart tot en met mei 2020, de NOW 2.0 op de loonkosten van juni tot en met september 2020. Ook de NOW 3.0 is door de wetgever ontworpen als compensatie voor loonkosten en geldt per 1 oktober 2020. Dit maal heeft de wetgever gekozen voor het compenseren van loonkosten over de volgende tijdvakken:

Tijdvak 1: 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020

Tijdvak 2: 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021

Tijdvak 3: 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021

Voor het berekenen van de omzet kunnen werkgevers kiezen op welke datum de driemaandsperiode aanvangt. Voor het eerste tijdvak is dit bijvoorbeeld 1 oktober, 1 november of 1 december. Is er al eerder een NOW-aanvraag gedaan, dan moet de omzetperiode aansluiten op de periode gekozen bij de vorige aanvraag. Ook wanneer nog geen gebruik is gemaakt van de NOW kan een NOW 3.0 aanvraag worden ingediend.

Een aantal voorwaarden uit de NOW 2.0 blijven ongewijzigd:

  • De vaste (forfaitaire) opslag voor de werkgeverslasten blijft 40%;
  • Het verbod op het uitkeren van dividend, het betalen van bonussen/winstdelingen aan het bestuur en het inkopen van eigen aandelen blijft bestaan (indien een accountantsverklaring is vereist of de aanvraag op het niveau van de werkmaatschappij wordt ingediend);
  • Werkgevers moeten zich blijven inspannen om werknemers bij of om te scholen;
  • Na de aanvraag wordt 80% van het subsidiebedrag als voorschot uitgekeerd, de overige 20% bij de definitieve vaststelling van de subsidie;
  • De omzetdaling wordt berekend op grond van de totale omzet van 2019. In tegenstelling tot de NOW 2.0 dient de omzet van 2019 door vier gedeeld worden, omdat de tijdvakken uit drie maanden bestaan. Deze omzet wordt vergeleken met de te verwachten omzet in de gekozen driemaandsperiode van de NOW 3.0.

Toch brengt de NOW 3.0 ook een aantal wijzigingen en/of aanvullingen met zich mee.

Omzet

De drempel om aanspraak te maken op een NOW subsidie blijft in het eerste tijdvak 20%. Aanvankelijk zou deze drempel vanaf het tweede tijdvak worden verhoogd. Het kabinet heeft aangekondigd deze opbouw niet door te voeren: in het tweede en het derde tijdvak blijft het minimale percentage omzetverlies 20%.

Hoogte subsidie

In de NOW 1.0 en 2.0 werd 90% van de loonkosten vergoed. Aanvankelijk zou voor de NOW 3.0 het vergoedingspercentage langzaam worden verlaagd, van 80% in het eerste tijdvak, naar 70% in het tweede tijdvak en 60% in het derde tijdvak. Op 21 januari heeft het kabinet bekend gemaakt het vergoedingspercentage niet te versoberen, maar juist per 1 januari 2021 te verhogen van 80 naar 85%. Deze verhoging geldt tot 1 juli.

Het maximaal te vergoeden loon per werknemer blijft in de eerste twee tijdvakken van de NOW tweemaal het maximum maandloon (€ 9.691). Aanvankelijk zou dit in het derde tijdvak worden verlaagd naar maximaal eenmaal het maximum maandloon (€ 4.845). Dit heeft het kabinet teruggedraaid. De gehele NOW 3.0 blijft het maximaal te vergoeden loon tweemaal het maximum maandloon.

Anders dan in de NOW 1.0 en 2.0 heeft het doorvoeren van herstructureringen niet direct gevolgen voor de hoogte van de subsidie. De korting bij bedrijfseconomisch ontslag verdwijnt. Daar staat tegenover dat werkgevers een verplichting hebben om zich in te spannen bij de begeleiding van een werknemer naar ander werk. Wordt een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV, dan is de werkgever verplicht contact op te nemen met het UWV voor ondersteuning bij de begeleiding naar ander werk (via het telefoonnummer 088 – 898 20 04). Indien deze verplichting niet wordt nagekomen, wordt een werkgever met 5% gekort op de gehele subsidie.

Vrijstellingspercentage

Bij eerdere NOW-regelingen werd een daling van de feitelijke loonsom ten opzichte van de loonsom in de referentiemaand opgevolgd door een lagere subsidie. De NOW 3.0 introduceert een vrijstellingspercentage waarin een daling van de loonsom niet leidt tot een lagere subsidie. In het eerste tijdvak bedraagt de vrijstelling 10%. Aanvankelijk zou het vrijstellingspercentage voor de loonsom voor de NOW 3.0 oplopen van 10% in het eerste tijdvak, naar 15% in het tweede tijdvak tot 20% in het derde tijdvak. Het kabinet heeft aangekondigd voor de gehele NOW 3.0 de vrijstelling op 10% te behouden vanwege het besluit om de vergoeding niet af te bouwen, maar juist te verhogen in het tweede en derde tijdvak.

Daalt de loonsom meer dan het ‘vrijgestelde deel’, dan wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel. Voor elke euro die teveel is gedaald ten opzichte van de referentieperiode, ontvangt de werkgever 80 tot 85 cent minder subsidie.

Loonsom

De referentiemaand voor de loonsom is vastgesteld op juni 2020. Indien deze loonsom niet bekend is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. Voor de definitieve vaststelling van de NOW 3.1 wordt de loonsom van de referentiemaand vergeleken met de loonsom in de maanden oktober tot en met december 2020, voor het tweede tijdvak van januari tot en met maart 2021 en het derde tijdvak van april tot en met juni 2021.

Aanvraagdata

De NOW 3.0 subsidie kan worden aangevraagd in de volgende periodes:

Tijdvak 1: vanaf 16 november tot en met 27 december 2020.

Tijdvak 2: vanaf 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.

Tijdvak 3: vanaf 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.

N.B. de aanvraagperiode voor het eerste tijdvak is verlengd vanwege de lockdown die op 14 december 2020 is afgekondigd.

Definitieve vaststelling van de subsidie kan worden aangevraagd vanaf 1 september 2021. Werkgevers hebben vanaf 1 september 24 weken om de aanvraag tot vaststelling te doen.

TVL 2.0

Naast loonkosten kunnen ook vaste lasten in aanmerking komen voor een subsidie, de TVL. Onder de vaste lasten vallen vaste kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten vallen hier niet onder en worden gecompenseerd door de NOW. De tijdvakken waarover de TVL 2.0 kan worden aangevraagd lopen gelijk met de tijdvakken van de NOW 3.0:

Tijdvak 1: 1 oktober tot en met 31 december 2020

Tijdvak 2: 1 januari tot en met 31 maart 2021

Tijdvak 3: 1 april tot en met 30 juni 2021

Om de TVL 2.0 te kunnen aanvragen heeft de onderneming:

  • maximaal 250 werknemers in dienst*;
  • een SBI-code die is opgenomen op de lijst van het RVO. Vrijwel alle MKB ondernemingen komen voor de TVL 2.0 in aanmerking;
  • een omzetdaling van minimaal 30%;
  • minimaal € 3.000 aan vaste lasten**;
  • een oprichting vóór 15 maart 2020;
  • een vestiging in Nederland én minimaal één vestiging met een ander adres dan het privéadres, of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen op- of toegang. Een uitzondering hierop zijn ambulante ondernemingen en horecaondernemingen met een horecagelegenheid;
  • geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank en is de onderneming niet failliet.

* Vanaf het tweede tijdvak maken ondernemingen met meer dan 250 medewerkers in dienst ook aanspraak op de TVL 2.0. Deze eis is door het kabinet op 21 januari losgelaten.

** Het kabinet onderzoekt of deze drempel verlaagd kan worden.

Zowel met een hoofd- als nevenactiviteit kan aanspraak gemaakt worden op de TVL. Wordt de subsidie op basis van de nevenactiviteit aangevraagd, dan moeten de voorwaarden van 30% omzetverlies en € 3.000 aan vaste lasten betrekking hebben op de nevenactiviteit van de onderneming.

Let op: de subsidie van de TVL telt mee als omzet in de NOW-regeling!

Hoogte van de subsidie

De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld door te kijken naar het omzetverlies en een percentage vaste lasten, die per sector is vastgesteld. Dit percentage is het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van een branche en is bepaald met gegevens van het CBS. De hoogte van de subsidie is dus niet gekoppeld aan de daadwerkelijke vaste lasten. Het loont daarom voor ondernemers om de vaste lasten zo veel mogelijk te beperken.

Het subsidiepercentage stijgt voor de TVL 2.0 met het omzetverlies mee. Bij 30% omzetverlies bedraagt het subsidiepercentage 50%, bij een omzetverlies van 100% loopt dit op naar 70%. Het maximale subsidiebedrag is vastgesteld op € 90.000 per drie maanden, het minimale subsidiebedrag is € 750.

Het kabinet heeft op 21 januari 2021 besloten dit voor de TVL 2.2 en 2.3 te wijzigen. Vanaf 1 januari 2021 wordt 85% van de vaste lasten vergoed van alle ondernemers met een omzetverlies van tenminste 30%. De hoogte van het maximale subsidiebedrag stijgt per 1 januari naar € 330.000 per kwartaal en het minimum naar € 1.500. Voor bedrijven met meer dan 250 medewerkers is het maximum subsidiebedrag € 400.000.

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt berekend door de omzet in de referentieperiode te verminderen met de geschatte omzet in de maanden van een van de tijdvakken en te delen door de omzet in de referentieperiode. De omzet in de referentieperiode is de omzet van 1 oktober tot en met 31 december 2019.

Aanvraagdata

De TVL 2.0 subsidie kan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden aangevraagd in de volgende periodes:

Tijdvak 1: vanaf 25 november 2020 tot 29 januari 2021 17:00.

Tijdvak 2: naar verwachting begin februari 2021.

Tijdvak 3: onbekend.

Uitstel van betaling belastingschulden

Ondernemers kunnen, vanwege de coronacrisis, uitstel van betaling aanvragen bij de overheid. Vanaf het moment dat een ondernemer zich meldt voor deze regeling wordt drie maanden lang uitstel van betaling verleend. Op verzoek kan deze termijn worden verlengd. De ondernemer moet voor verlenging wel aannemelijk kunnen maken dat de aanwezige betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan. Indien de belastingschuld voor het aanvragen van de eerste keer uitstel van betaling € 20.000 of meer bedroeg, dient ook een derdenverklaring overlegd te worden.

Het huidige versoepelde uitstelbeleid voor belastingen, dat liep tot 1 april 2021, is door het kabinet verlengd tot 1 juli 2021. Dit betekent dat ondernemers die na 1 april 2021 voor de eerste keer een aanvraag doen, tot 1 juli 2021 hun nieuw opkomende betalingsverplichtingen niet hoeven te voldoen. Ondernemers die al eerder een aanvraag hebben gedaan kunnen om verlenging van uitstel tot 1 juli 2021 vragen. Deze ondernemers dienen zelf om verlenging van het uitstel te vragen. Ondernemers waaraan eerder al een verlenging is toegewezen, krijgen automatisch uitstel tot 1 juli 2021.

Ook de datum waarop ondernemers moeten starten met terugbetalen van hun opgebouwde schuld verschuift. Deze datum stond op 1 juli 2021 en wijzigt naar 1 oktober 2021. De schuld moet vanaf 1 oktober binnen 36 maanden worden terugbetaald.

 

Heeft u vragen over de NOW 3.0, de TVL 2.0 of het uitstellen van het betalen van belasting en de uitwerking van deze regelingen voor uw organisatie? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.